Een lokale toepassing kan verbinding maken met LittleProxy terwijl LittleProxy het verzoek via een zakelijke bovenliggende proxy doorstuurt. Configureer de listener en de bovenliggende proxy samen:

ChainedProxy parent = new ChainedProxyAdapter() {
    @Override
    public InetSocketAddress getChainedProxyAddress() {
        return new InetSocketAddress("proxy.office.example", 3128);
    }
};

ChainedProxyManager manager = (request, candidates) ->
    candidates.add(parent);

HttpProxyServer server = DefaultHttpProxyServer.bootstrap()
    .withAddress(new InetSocketAddress("127.0.0.1", 8080))
    .withChainProxyManager(manager)
    .start();

Dit fragment voor Java 8 of nieuwer gebruikt de openbare koppelinterfaces van LittleProxy. De toepassing die de proxy gebruikt, verbindt met 127.0.0.1:8080; de adapter retourneert proxy.office.example:3128 als volgende proxy.

De manager wordt geraadpleegd om upstream-kandidaten voor een verzoek te leveren. Dit voorbeeld voegt telkens dezelfde bovenliggende proxy toe. De routeringsregel van een toepassing kan een andere kandidaat kiezen voor een andere bestemming. In een geïsoleerde test van een openbare site waarbij een niet-geverifieerde openbare bovenliggende proxy mag worden gebruikt, kan de HTTP-proxylijst het adres van die adapter leveren, zonder dat inloggegevens voor de bovenliggende proxy zijn geconfigureerd.

De koppeltypen staan in org.littleshoot.proxy; DefaultHttpProxyServer staat in het impl-pakket.

Gerelateerde artikelen