Buildx docker-container: de proxy-omgeving van BuildKit instellen
Een docker-container-builder heeft zijn eigen proxy-omgeving, los van de pulls van de daemon en van de RUN-buildargumenten in de Dockerfile.
Voor een nieuwe docker-container-builder zet u de variabelen op de BuildKit-service:
docker buildx create --name proxy-builder --driver docker-container --driver-opt env.HTTP_PROXY=http://proxy.example:8080 --driver-opt env.HTTPS_PROXY=http://proxy.example:8080
docker buildx build --builder proxy-builder .De driveropties env.<key> plaatsen waarden binnen die buildercontainer. Gebruik een eindpunt dat hij kan bereiken; zijn loopback is niet de terminal van de host. Voor toegestane verzoeken aan openbare registries levert de HTTP-proxylijst kandidaten voor de HTTP-proxy-URL’s van de driver.
| Download | Verbruiker/invoer |
|---|---|
| BuildKit-image ophalen | Route van de Docker-daemon |
| Build-orkestratie en basisoplossing | Driveromgeving van de BuildKit-service |
| Downloader binnen RUN | Buildomgeving van de stap, inclusief ondersteunde proxyargumenten |
Een buildargument kan een draaiend BuildKit-proces niet opnieuw configureren, en de omgeving van de driver legt de invoer van de pakketbeheerder tijdens RUN niet vast. Stem dit patroon af op de werkelijke driver en het netwerk; externe of geïntegreerde builders kunnen een andere serviceconfiguratie gebruiken.