Gradle documenteert twee manieren om het domein voor NTLM-proxyauthenticatie op te geven: opnemen in de gebruikersnaam als domain/username of de afzonderlijke eigenschap http.auth.ntlm.domain instellen.

Voor de eerste vorm kunnen accountregels in gradle.properties er zo uitzien:

systemProp.http.proxyUser=OFFICE/alex
systemProp.http.proxyPassword=YOUR_PROXY_PASSWORD
systemProp.https.proxyUser=OFFICE/alex
systemProp.https.proxyPassword=YOUR_PROXY_PASSWORD

Ze staan naast de host- en poortregels van de proxy voor de relevante bestemmingsprotocollen. Vervang de voorbeeldidentiteit en het wachtwoord door het account dat voor die proxy is verstrekt.

Voor de vorm met een apart domein gebruikt u de niet-gekwalificeerde gebruikersnaam in die accountvelden en voegt u toe:

systemProp.http.auth.ntlm.domain=OFFICE

Kies één consistente weergave. Het domein maakt deel uit van de authenticatie-identiteit; het is niet de hostnaam van de proxy en niet het domein van de bestemmingswebsite.

Een waarde in gradle.properties wordt gelezen als een Java-eigenschapswaarde, niet als gebruikersinformatie in een proxy-URL. Voer het wachtwoord in volgens de escape-regels van dat bestandsformaat in plaats van de leestekens van de URL te vervangen door procent-escapes. Bewaar deze accountconfiguratie in het privé-eigenschappenbestand van de beoogde Gradle-gebruiker, met behoud van de bestaande instellingen van het project.

Gerelateerde artikelen