{
  "version": "2.0",
  "extensions": {
    "serviceBus": {
      "transportType": "amqpWebSockets",
      "webProxy": "http://proxy.example:8080"
    }
  }
}

Voeg dit samen met de bestaande Functions-hostconfiguratie. De bindingextensie maakt de client van de trigger; een apart in de functiecode gebouwde client vervangt die niet.

Extensie 5.x ondersteunt webProxy met amqpWebSockets, niet amqpTcp. Houd de namespace/authenticatie in de bestaande Service Bus-verbindingsinstelling. Voor een openbare Service Bus-namespace waar openbare tussenpersonen zijn toegestaan, biedt de HTTP-proxylijst kandidaten voor de webProxy-URL zonder account.

De equivalenten in de applicatie-instellingen zijn:

AzureFunctionsJobHost__extensions__serviceBus__transportType=amqpWebSockets
AzureFunctionsJobHost__extensions__serviceBus__webProxy=http://proxy.example:8080

Gebruik die dubbele-onderstrepingshiërarchie in omgevingsinstellingen, of vermeldingen in het bestand local.settings.json, sectie Values, voor lokale ontwikkeling. Het zijn hostinstellingen, geen connection string-velden.

Sluit aan bij de geïnstalleerde extensiegeneratie. De onafhankelijke HTTP- of Service Bus-client van een geïsoleerde worker heeft nog steeds zijn eigen route nodig.

Gerelateerde artikelen