BOSH-release-downloads: proxy-instellingen voor CLI en Director
Stel vast waar de release wordt gedownload voordat u de proxy-instellingen wijzigt: de CLI-host en de Director hebben verschillende uitgaande netwerkomgevingen.
Wanneer een release-upload via URL mislukt nadat de CLI verbinding heeft gemaakt met de Director, controleer waar de release wordt gedownload. De werkende CLI-naar-Director-verbinding loopt via een ander netwerkpad.
| Bewerking | Te onderzoeken omgeving |
|---|---|
| De CLI maakt verbinding met de Director-API | Het CLI-proces |
| De Director haalt een opgegeven release-URL op | De Director-taak |
| De CLI uploadt een al gedownload lokaal archief | De CLI-host voor het ophalen en uploaden van dat bestand |
Als de Director de proxy nodig heeft en de uitrol gebruikt de officiële bosh-deployment-repository, neem dan het misc/proxy.yml-bewerkingsbestand en de vereiste waarden op in het bestaande Director-uitrolproces. Het voegt http_proxy, https_proxy en no_proxy toe aan de omgeving van de Director-taak.
Behoud de uitzonderingen die de interne diensten van de Director nodig hebben; het routeren van externe downloads via een proxy mag die interne API-aanroepen niet omleiden.
Als de CLI-host al een goedgekeurde werkende downloadroute heeft, voorkomt het daar ophalen van de release en het uploaden van het lokale archief dat ophalen aan de Director-kant. Het laat het beleid van de Director voor latere URL-downloads ongewijzigd.