Met macOS-netwerklocaties kunt u Home- en Work Proxy-instellingen bewaren in plaats van een eindpunt opnieuw in te voeren. Een locatie kiezen is handmatig; de naam is geen automatische Wi-Fi-regel.

  1. Bewaar en voeg toe. Open op een bijgewerkt Ventura-of-nieuwersysteem het Apple-menu → Systeeminstellingen → Netwerk. Kies in het menu Meer onder de diensten Locaties → Bewerk locaties. Identificeer de configuratie die u wilt behouden en geef die een bruikbare naam. Voeg met de plusknop een nieuwe locatie toe, noem deze Work Proxy en klik op Gereed. Als Locaties ontbreekt, raadt Apple's instructie aan de beschikbare macOS-updates te installeren.
  2. Configureer Work Proxy. Open met die locatie geselecteerd Details → Proxies van de betreffende dienst. Kies de methode van het netwerk: automatische PAC, webproxy, beveiligde webproxy of SOCKS. Handmatige server en poort zijn aparte velden. Voeg vereiste inloggegevens toe en behoud bypass-hosts. Vink Ethernet én Wi-Fi aan wanneer een van beide de kantoorverbinding kan dragen. Verlaat Netwerkinstellingen of sluit Systeeminstellingen om te bewaren en de wissel te voltooien.
  3. Selecteer de omgeving. Bij meerdere locaties krijgt het Apple-menu Locatie; kies daar Home of Work Proxy, of in Netwerkinstellingen. Doe na de wissel een nieuw verzoek in de bedoelde app.

De vorige locatie behoudt haar instellingen terwijl u de nieuwe bewerkt. Houd elke locatie consistent: locaties kunnen ook andere netwerkinstellingen en de dienstenvolgorde wijzigen. Een app met een eigen proxybeleid kan toch een aparte aanpassing nodig hebben.

Op oudere macOS gebruikt u Systeemvoorkeuren → Netwerk → Locatie → Bewerk locaties en klikt u na het bewerken op Pas toe.

Gerelateerde artikelen