Een werkstroom die nog de oude gsutil-CLI gebruikt, kan de proxy instellen in de sectie [Boto] van de boto-configuratie:

[Boto]
proxy = proxy.example.net
proxy_port = 8080
proxy_type = http

Het hostveld bevat de hostnaam, terwijl poort en protocol eigen velden hebben. Dit is het gedocumenteerde configuratieformaat van gsutil, niet een volledige proxy-URI in het hostveld. Voor een toegestane test van een openbare dienst kan een HTTP-adres uit de lijst met HTTP-proxy’s de eindpuntvelden alleen vullen als geen van de geladen BOTO_PATH-bestanden proxy_user of proxy_pass levert.

De configuratie kan in het bestaande .boto-bestand van de gebruiker staan. Voor een gedeeld implementatieprofiel ondersteunt gsutil ook BOTO_PATH, dat de bestanden in volgorde opsomt. Op een Unix-systeem is een voorbeeld:

export BOTO_PATH=/etc/team/gsutil-proxy.cfg:$HOME/.boto

Het eerste bestand kan routeringsstandaarden voor het hele team bevatten, terwijl het bestaande bestand van de gebruiker de persoonlijke configuratie behoudt. Gebruik op Windows puntkomma’s als padscheidingsteken.

De gedocumenteerde velden omvatten ook proxy_user, proxy_pass en proxy_rdns voor de betreffende proxy-instellingen. Stel het profiel in voor het account dat de gsutil-taak uitvoert, en houd de bestandsvolgorde bewust aan wanneer meer dan één bestand dezelfde optie definieert.

Gerelateerde artikelen