Een export in een terminal kan volkomen geldig zijn en toch ontbreken in het Remmina-proces dat je vanaf de desktop hebt gestart. Kijk bij een Flatpak-installatie naar de eigen environment override van de toepassing.

Flatpak biedt een configuratieoppervlak per gebruiker en per toepassing. Een voorbeeld voor een HTTP-proxy-endpoint is:

flatpak override --user --env=https_proxy=http://proxy.example:8080 org.remmina.Remmina

Gebruik de werkelijke ID van de geïnstalleerde toepassing en het protocol dat het endpoint ondersteunt. De variabelenaam beschrijft de instelling die de netwerkbibliotheek gebruikt; hij vereist niet dat de waarde met https:// begint.

De proxy-implementatie van FreeRDP leest https_proxy en HTTPS_PROXY wanneer nog geen expliciet proxytype is gekozen. Een Remmina-build en verbindingstype moeten dat pad daadwerkelijk gebruiken. SSH-, VNC- en RDP-profielen zijn geen drie uitwisselbare gebruikers.

Sluit de bestaande toepassing volledig af voordat je hem met de nieuwe override start. Een override opslaan herschrijft geen proces dat al in de sandbox draait.

Om precies deze override te verwijderen, ondersteunt Flatpak ook:

flatpak override --user --unset-env=https_proxy org.remmina.Remmina

Houd inloggegevens buiten gedeelde opdrachtuitvoer. Een toepassing-override is configuratie, geen wachtwoordkluis. Als TCP de proxy bereikt maar de desktopverbinding toch mislukt, behoud dan het gekozen profiel, transport en proxy-antwoord; meer exports in de host-shell wijzigen kan een protocol- of autorisatiefout binnen die verbinding niet repareren.

Gerelateerde artikelen