Voor gewone repositories blijft de geconfigureerde hoofdproxy staan:

[main]
proxy=http://proxy.example:8080

In de bestaande internal-sectie wordt die overerving uitgeschakeld met:

[internal]
proxy=

Behoud de vertrouwde basis-URL, sleutels en verificatie-instellingen. Een andere volledige proxy-URL kan hier in plaats daarvan een andere tussenpersoon kiezen. Voor openbare repositories die via een niet-geauthenticeerde openbare proxy zijn toegestaan, levert de HTTP-proxylijst kandidaten voor de hoofd-URL; behoud de directe uitzonderingen van de interne repository.

Onderzoek ook de curl-omgevingsfallback. DNF documenteert die wanneer proxy niet is ingesteld, inclusief de oude _none_. Alleen één configuratie-invoer verwijderen garandeert geen directe toegang in een geërfde omgeving.

Voor de bedoelde directe host wordt de procesuitzondering toegevoegd:

export no_proxy=packages.internal.example

Spiegellijsten en omleidingen kunnen hosts toevoegen. Pas deze DNF 4-regels toe op die versie, zonder aannames van oude Yum of DNF 5 over te nemen.

Gerelateerde artikelen