Erft een NAT-virtuele machine de proxylogin van de host?
Bepaal of een gast een IP-gebaseerde netwerkautorisatie deelt of zich echt bij een expliciete proxy authenticeert.
Dat een gast browset nadat de host inlogt, bewijst niet dat NAT het proxypasswoord van de host aan de gast heeft doorgegeven. Twee mechanismen kunnen er hetzelfde uitzien:
| Mechanisme | Wat wordt geautoriseerd |
|---|---|
| Expliciete HTTP-proxyauthenticatie | Op een proxy-uitdaging, zoals 407, wordt met inloggegevens geantwoord volgens de regels van de proxy |
| Op adres gebaseerde portal- of netwerktoegang | Verkeer dat aan een zichtbaar bronadres is gekoppeld |
Met NAT kunnen verkeer van host en gast hetzelfde vertaalde bronadres van de host delen. Een toekenning die alleen aan dat adres is gekoppeld, kan daarom beide dekken. NAT zelf kopieert de proxyinstellingen van de browser niet en genereert geen Proxy-Authorization voor gasttoepassingen.
Om ze te onderscheiden, bepaalt u of de gast verbinding maakt met een expliciete proxy of rechtstreeks via de gateway gaat. Bepaal daarna of het bovenliggende beleid een gebruiker, verbinding, apparaat of adres autoriseert. Als de gast een proxy gebruikt, bekijk dan de regels en bestaand gedrag van geauthenticeerde verbindingen; een enkele prompt kan de methode niet vaststellen.
Een gast in bridge-modus kan een andere bron tonen en het portaal opnieuw tegenkomen. IPv6 kan ook een andere route nemen dan IPv4-NAT. Kies voor individuele verantwoording een identiteitsgrens die de vereiste gebruikers onderscheidt in plaats van aan te nemen dat één vertaald adres één persoon vertegenwoordigt.