Mercurial-proxy omzeilen: waarom http_proxy.no genegeerd kan worden
Houd interne Mercurial-repositoryhosts direct via http_proxy.no en controleer de always-overschrijving voordat je het eindpunt wijzigt.
Een Mercurial-proxy kan de standaard blijven voor externe repositories terwijl interne hosts direct gaan. Kies voor een openbare HTTP-route de host en poort uit de HTTP-proxylijst voor het standaardeindpunt:
[http_proxy]
host = proxy.example:8080
no = hg.internal.example,localhost
always = falseDe waarde no is een kommagescheiden lijst met hostnamen. Mercurial documenteert always=true als het afdwingen van proxygebruik, zelfs voor localhost en vermeldingen in die lijst. Een host aan no toevoegen terwijl die overschrijving blijft staan, kan de route dus ongewijzigd laten.
Voor één aanroep overschrijf je de relevante waarden zonder de configuratie te herschrijven:
hg --config http_proxy.always=false --config http_proxy.no=hg.internal.example incomingHet geconfigureerde standaardpad van de repository moet die host daadwerkelijk noemen. Dit voorbeeld vervangt de waarde no voor de opdracht; neem andere vereiste vermeldingen op als die aanroep ze ook nodig heeft.
Gebruik hg config --source om de effectieve instellingen te vinden wanneer gebruikers-, repository- en systeemconfiguratie verschillen. Verwijder wachtwoorden voordat je die uitvoer deelt.
Deze instellingen gelden voor webgebaseerde repositorytoegang. Een ssh://-repository gebruikt een ander transport. Directe HTTP-routering heeft nog steeds een netwerkpad en de eigen inloggegevens van de repository nodig.